Aanpak

Een geslaagde leergang heeft het karakter van een dialoog tussen de verschillende belanghebbenden. De deelnemers vormen met elkaar een collegiale  consultatiegroep. Tijdens de leergang worden de teams actief gesteund door hun opdrachtgever en een leercoach. Ook belanghebbenden zoals medewerkers en  collega´s van een deelnemer tot zelfs zijn klanten kunnen erbij betrokken raken.

Leermomenten ontstaan door voortdurende interactie in en tussen de teams en door ontmoetingen en gesprekken met deskundigen, actoren en andere belanghebbenden.  De variëteit aan deelnemers wordt benut als bron van rijkdom voor de uitwisseling van kennis, ervaring en ideeën. Een belangrijk onderdeel van de leergang is reflectie: door het stellen van vragen en het terugkoppelen van resultaten, worden werkervaringen omgezet in leerervaringen.

In de leergang wordt niet de theorie vertaald naar eigen praktijk, maar wordt de praktijk als uitgangspunt genomen en deelnemers sprokkelen daar theorie uit  alle hoeken bij. De teamopdrachten zijn het startpunt: daar halen deelnemers de kennis, ideeën, contacten en middelen bij die het meeste soulaas bieden. Het is een pragmatische benadering van leren. Wat werkt is belangrijker dan wat hoort. Het is geen nette afgebakende leerpraktijk, want er wordt met opzet heel wat afgesprokkeld en uitgeprobeerd. Dat kan een heel andere inhoud hebben dan vooraf bedacht. Dat is maar goed ook, want al aanwezige kennis is meestal niet toereikend rond de complexe verandervraagstukken.

De leergang is een voorbeeld van een aanpak die “de ontdekkingsweg” of het “trekkersmodel” wordt genoemd. Bij deze aanpak trekken de deelnemers als het ware  onontgonnen gebied binnen. Steeds weer zullen er nieuwe vragen gesteld worden waarop de bestaande theorieën geen pasklaar antwoord hebben. Het leren formuleren van de juiste vragen met betrekking tot de verschillende aspecten die de manager in de praktijk tegenkomt is een cruciaal kenmerk van de leergang.

“Reizen versus trekken”
“Voor het maken van een reis wordt een liefst zo nauwkeurig mogelijke reis- en routebeschrijving gemaakt, een blauwdruk van de gewenste situatie. Pas als we precies hebben bepaald waar we naar toe willen en langs welke weg, gaan we op reis. Het levert een gedetailleerd ontwerp op, vergezeld van een straf reisschema. Reizen staat dus dicht bij ontwerpen. Tegenover reizen staat het maken van een trektocht. Hoewel we nog niet precies weten waar we zullen uitkomen, bepalen we alvast de richting en gaan op stap. Denken en doen vinden in afwisseling plaats. Iedere keer weer is er ruimte om te bepalen of we nog steeds in de gewenste richting gaan. De omgeving speelt een belangrijke rol: is het proces zelf leuk en goed genoeg, zijn de omstandigheden zoals we die in gedachten hadden, stuiten we op iets onverwachts en ongedachts?”

tabel