Jaarthema 2017/2018

“Balanceren tussen bedoeling en betekenis”
Strategie en beleid worden op een andere plek in de organisatie ontwikkeld als waar er uitvoering aan wordt gegeven. Uitgangspunt is dat uitvoering de strategie volgt. Dit is niet vanzelfsprekend, noch eenvoudig omdat de economische, technologische of maatschappelijke context een belangrijke rol speelt. Maar ook de persoonlijke context: angst, macht, ego, ambitie, het behalen van voldoening en waardering zijn factoren die ons handelen voortdurend sturen.

Zo geven medewerkers een eigen interpretatie aan organisatiebeleid, regels en procedures. Dat is maar goed ook, want zouden we precies doen wat de regels voorschrijven, zou de samenleving vastlopen. Een situatie waarbij dat goed zichtbaar wordt is een stiptheidsactie, een situatie die volstrekt onnatuurlijk is aan ons gedrag en aan onze verwachtingen.

Ook veranderinitiatieven worden dus voortdurend door medewerkers geïnterpreteerd, van betekenis voorzien die hen past, in hun persoonlijke context. Ze vertalen de taal van hun leidinggevenden door eigen betekenissen te geven aan hun werkelijkheid, in hun micro-omgeving, hun werkplek, hun project, hun afdeling, hun positie: “What is in it for me?” is de vaak onbewuste reactie.

Een interpretatie, een andere betekenis, die afwijkt van hetgeen de bedrijfsleiding bedoelde bij de nieuwe koers, kan leiden tot meer bureaucratie, protocollen en formulieren, en zucht naar verantwoording en control. Gelijk ook is er behoefte aan minder gezag en controle, meer bewegings- en beslissingsvrijheid, en ruimte voor experiment en eigenaarschap zo laag mogelijk in de organisatie.

Als betekenis geven de natuurlijke reflex is, zijn veranderingen dan nog te sturen, te structureren, op te leggen en door te voeren? Is er een blauwdruk voor verandering? Wat is de kans dat de uitkomst van het verandertraject overeen komt met het ontwerp? Is het maken van een ontwerp überhaupt zinvol?

Veranderkunde richt zich op beweging, op het beïnvloeden van gedrag door te kijken naar de geschiedenis, technologie, kennissystemen, machtsverhoudingen, patronen en gewoonten van organisaties en mensen, en door werkenderwijs te ontdekken welke interventies leiden tot de gewenste ontwikkeling. Om van de huidige situatie (werkelijke wereld) een brug te slaan naar de nieuwe situatie (wenswereld) is het noodzakelijk om te weten hoe ieder betekenis en zin geeft aan zijn of haar handelen. Zo kan beweging worden gecreëerd om (weer) dichter bij de bedoeling te komen. Van belang is de vraag wat de bedoeling dan is: de oorsprong van de organisatie, de ideeën van de leiding, of is het misschien wel de beweging van de gezamenlijke betekenissen die medewerkers geven aan hun werk?

Leike van Oss (1964) studeerde natuurgeneeskunde en sociale psychologie. Vraagstukken waar ze mee te maken heeft, gaan over weerbarstige patronen en ontstroeving en hebben vaak te maken met besturing en staf-lijnrelaties in organisaties. Leike is gefascineerd door het gegeven dat organisaties in hun feitelijk functioneren zover afwijken van de management bedoelingen, en dat veranderprocessen vaak zo anders verlopen dan gehoopt of gedacht.

Samen met Jaap van 't Hek vormt zij het bureau “Organisatievragen” en werkt ze als organisatieadviseur, interim-manager en (team)coach, vooral in kennisintensieve organisaties en bij rijks- en gemeentelijke overheid.

Citaat van Leike: ‘Veranderingen bedenken is relatief makkelijk. Je hebt er fantasie voor nodig, analytisch vermogen, cognitieve kwaliteiten. Maar daarmee is een verandering nog geen werkelijkheid, geen handelen. Veranderen gaat over een proces van praatwerkelijkheid naar daadwerkelijkheid. Zo’n proces loop niet langs praten over De Bedoeling. Daarmee maak je ook het woord Bedoeling een abstractie, een managementterm. Echt veranderen is niet groots en meeslepend. Zorgen dat iets daadwerkelijk verandert, gaat over prutsen en proberen, kleine stapjes zetten en fouten maken. Het menselijk tekort en ons vermogen tot imperfectie zijn daarbij belangrijke kwaliteiten. Maar dan moeten we dat wel willen zien.’

 

BOSNO

Zorgen dat iets daadwerkelijk verandert, gaat over prutsen en proberen