Een trektocht van leren en ervaren

Als deelnemer maak je een trektocht van leren en ervaren door te werken in teamverband aan een strategisch vraagstuk van één van de organisaties die zich aan Bosno hebben verbonden. Zij hebben de leergang een vaste plek hebben gegeven in hun opleidingsaanbod aan medewerkers. Je wordt daarbij begeleid door hoogleraren en organisatieadviseurs. En door de MD- managers van die partners. Je reflecteert frequent op je eigen ontwikkeling. Samen met de MD adviseurs evalueren we de leergang en delen input voor het programma. Samen vormgeven, leren van elkaar, met elkaar, met verschillende organisaties. Intercompany noemen wij dat.

  • Gedurende acht maanden werk je in teams van ca. vier deelnemers van verschillende werkgevers aan een strategische praktijkopdracht van een andere werkgever dan die van jezelf. Je maakt als het ware een trektocht in die organisatie. Met die ervaring leer je heel veel. Over die andere organisatie, maar ook over je eigen organisatie, en over je eigen rol als manager. Je doet nieuwe ervaring en inzichten op, die je regelmatig toetst aan je leerdoelen tijdens reflectie en intervisie momenten.
  • Er zijn ook bedrijfsteams die een opdracht uitvoeren in de eigen organisatie. Hierdoor leert het team de eigen organisatie grondig kennen, en zal ook na de opleiding nog vaak met elkaar samenwerken.

Hoe werkt het?

  • Je kiest voor een team, verkent je opdracht, onderzoekt publicaties en gaat in gesprek met alle lagen in de organisatie. Van uitvoerders tot directie, van onderhoudsmonteur tot de hoogste baas van een ministerie of een commercieel bedrijf. Je laat je niet belemmeren om in contact te treden met wie je denkt nodig te hebben en je helpt elkaar met je netwerk om dit mogelijk te maken.
  • Ondertussen wordt je door Nederlands’ beste hoogleraren, professoren en organisatie-adviseurs in meerdaagse bijeenkomsten (met overnachtingen) begeleid m.b.t. theorie over veranderkunde, leidinggeven en leiderschap.
  • Na acht maanden, met vele interviews, bedrijfsbezoeken en zeer verrijkende theorie- en intervisie bijeenkomsten presenteer je als team je bevindingen aan de opdrachtgevers in een gezamenlijke bijeenkomst.
  • Je krijgt begeleiding van en HR / MD collegae, managers en directeuren tijdens een leergang. Zij zijn jouw leercoach, respectievelijk je (team) coach of je opdrachtgever.
  • HR / MD managers zijn belangrijk bij de aanmelding van deelnemers uit hun organisatie, en voor de begeleiding tijdens de leergang. Zij worden voorafgaand aan een leergang goed geïnformeerd over hun rol, bijdrage, aanwezigheid, en invloed op de opleiding in diverse gezamenlijke momenten.
  • De programmamanager coördineert, en is de linking pin voor deelnemers, opdrachtgevers, leercoaches, professoren en adviseurs, de congreslocatie enz.

Action learning

Action Learning is een continu proces van leren, ervaren en reflecteren met collega´s en peers om dingen voor elkaar te krijgen, om advies en oplossingen voor een (organisatie)probleem te realiseren.

We leren pas van ervaringen als we willen nadenken over ´gedane zaken´ en bereid zijn er lessen uit te trekken die ons kunnen helpen in soortgelijke situaties in de toekomst. Leren wordt gestimuleerd door condities te scheppen voor bewust zijn en bewust mee te doen. En daarmee geen appél te doen aan toeschouwersbewustzijn. Als deelnemer wordt je houding gekenmerkt door een aantal aspecten: onderzoekend, kunnen omgaan met verscheidenheid en onzekerheid, reflectief, open, interactief, autonoom en ondernemend.

Het doel van een action learning project is dat je nieuwe inzichten en vaardigheden verwerft, zodat je effectiever kan zijn in soortgelijke toekomstige situaties. Daarbij gaat het er om zelf te  (onder)zoeken, te willen begrijpen, te handelen, te leren en betekenis te geven.

Het jaarthema 2018 / 2019 

Samenwerkingsvaardigheid ontwikkelen

Veel actuele maatschappelijke vraagstukken vragen van partijen dat zij de krachten bundelen. Goed kunnen samenwerken is voor de toekomst van organisaties van groot belang. Organisaties worden uitgedaagd zich met elkaar te verbinden rondom opgaven die zij delen met andere organisaties. Het bewustzijn en de noodzaak om maatschappelijke opgaven centraal te stellen in het handelen, en de implicaties hiervan te aanvaarden, neemt toe. We zien dat mensen en organisaties experimenteren om opgave gerichter en in het verlengde hiervan meer gefocust, wendbaar en onderling verbonden te zijn.

Tegelijkertijd leren we dat het tot stand brengen van verbinding niet zo eenvoudig is. In een omgeving waar we opgaven gewoonlijk opdelen in kleine brokjes, waar de prikkels meer uitnodigen tot competitie dan tot samenwerking, is het verleidelijk om onze individuele belangen als uitgangspunt te hanteren voor ons handelen. Het kunnen omgaan met complexe vraagstukken vraagt dat we samenwerkingsvaardigheid ontwikkelen, en we een deel van de autonomie of resultaatverwachting durven los te laten. Dit is nodig om een collectieve opgave te omarmen, als maatschappij, als organisaties en instellingen en als individuen, te beginnen met de vaardigheid om een opgave ten volle te zien en daarbij de grenzen van onze eigen leefwereld, onze ‘taal’, onze eigen organisatie, onze eigen taakomschrijving te ontstijgen.

Toenemende complexiteit

We worden geconfronteerd met opgaven van steeds toenemende complexiteit die zich manifesteren rondom thema’s die bepalend zijn voor ons sociale en economische welzijn. Het lijkt erop dat we de effecten van toegenomen complexiteit en verbondenheid pas recentelijk echt beginnen te merken.

We communiceren, handelen en opereren al lang niet meer op alleen lokale of regionale schaal. Afstanden zijn dankzij fysieke en digitale middelen steeds beter overbrugbaar en daarmee verschuift ons perspectief. Wereldwijde handelsbetrekkingen, internationaal onderzoek, vriendschappen in het buitenland. We vinden het heel normaal. Meer dan ooit vormen we regionale, nationale en internationale gemeenschappen en daardoor is ook het schaalniveau waarop vraagstukken zich voordoen aanzienlijk gegroeid, met alle gevolgen van dien.

Technologische ontwikkelingen en sociale media maken de wereld klein. Dat resulteert ook in een verdichting van relaties rondom kansen en vraagstukken. Relatie ontwikkeling en communicatie is minder onderhevig aan de factor afstand. Dat creëert kansen in de vorm van nieuwe partners en inbreng van andere en nieuwe culturen, maar brengt ook bedreigingen met zich mee in de vorm van onverwachte concurrenten en een overkill aan informatie.

De collectieve oriëntatie: allianties gebaseerd op verbondenheid met gemeenschappelijke opgaven

We worden ons steeds meer bewust van de noodzaak van collectieve oriëntatie. Het platform daarvoor is niet alleen de organisatie, maar steeds meer arrangementen tussen organisaties. En niet alleen arrangementen tussen instituties of bedrijven, maar ook met burgers, instellingen, belangengroepen, verenigingen, etc.

Allianties en netwerken hebben een aantal bijzondere en krachtige eigenschappen: ze hebben de potentie om bestaande institutionele patronen te doorbreken, ze bieden flexibiliteit en diversiteit, en daarmee ook snelheid van handelen, én ze bieden uitzicht op een nieuwe vorm van gemeenschapszin, niet zozeer gebaseerd op familiaire verbondenheid of institutionele verbondenheid, maar op gebaseerd op verbondenheid met gemeenschappelijke opgaven.
We zijn nu op zoek naar vormen van verbinding en lijken die te vinden in organiseer vormen waar partijen van verschillende achtergronden en disciplines samen komen. Allianties en netwerken lijken nuttige vehikels en wat hen kenmerkt, is noch in termen van tribe, hiërarchie of markt te omschrijven.

De opgave ten volle zien en daarop verbinden

In een netwerksamenleving zijn gemeenschappelijke vraagstukken de belangrijkste aanleiding voor verbinding tussen actoren. Onze uitdaging is vervolgens gelegen in de ontwikkeling van de vaardigheid om verbinding te maken. En dat begint bij ons vermogen en onze bereidheid om de opgaven te zien zoals deze zich aan ons voordoen.

Het venster waardoor wij kijken – gestuurd door onze ervaringen, belangen, plek in het speelveld – geeft ons een beperkt zichtveld. Vanuit andere ‘plekken’ kijken naar een vraagstuk of opgave is een eerste belangrijke uitdaging. Vervolgens is het zaak om verbinding te maken, met het gegeven dat actoren die zich proberen te verbinden altijd werken vanuit verschillende en soms tegengestelde belangen.

Belangen benoemen en gedeelde ambitie ontwikkelen

Denken en werken in belangen is een professionele uitdaging, om vervolgens ook op basis van verschillende en tegengestelde belangen toch een gemeenschappelijke opgave te omarmen en daar een gedeelde ambitie op te ontwikkelen.

We zijn opgeleid in de logica van resultaatsgerichtheid en hiërarchie; processen van verbinding en wederzijdse beïnvloeding staan nog regelmatig op spanning met onze intuïtie en aangeleerde reflexen. Aandacht voor betekenis, de bedoeling en samenwerking zijn direct met elkaar verbonden. Op elk van deze niveaus is de oriëntatie op de bedoeling, de gezamenlijke opgave, en het vorm geven van opgave gerichte verbanden een perspectief voor verdere ontwikkeling. Evenals de zoektocht naar antwoorden op de vraag hoe we beter samenwerken, en hoe zich dat laat vertalen naar effectieve organiseervormen en handelingsrepertoire.

De samenwerkingsvaardige organisatie

Hoe ziet de samenwerkingsvaardige organisatie eruit, wat zijn de bouwstenen van een daadkrachtige maar samenwerkingsvaardige samenleving, hoe creëren we instituties die gevoelig zijn voor gemeenschappelijke opgaven en waarbinnen we inhoud kunnen geven aan betekenisvolle interpersoonlijke verbindingen? En welke rol speelt leiderschap daarbij?
We betreden hier een domein waarop al veel is ontwikkeld, maar waar we nog veel hebben te ontdekken. Ons ontdoen van jubel taal over samenwerking en verbinding, en het ontwikkelen van een realistisch beeld van de mogelijkheden en beperkingen kan ons daarbij behulpzaam zijn.

Edwin Kaats
alle inleiders

Edwin Kaats, inleider van deze leergang

Edwin kaats is organisatieadviseur gespecialiseerd in vraagstukken m.b.t. samenwerking. Het verbinden van mensen en organisatie is zijn passie. Hij draagt bij tot het beter functioneren van samenwerkingsverbanden tussen organisaties door erover te adviseren, door procesregie en door te doceren, onderzoek te doen en erover te publiceren. Samen met Wilfrid Opheij schreef hij boeken en artikelen over samenwerking en vermogen tot verbinden. Hij promoveerde op het proefschrift Bestuurders zijn van betekenis, allianties en netwerken uit bestuurlijk perspectief (2008), samen met Wilfrid, met wie hij ook bureau Common Eye oprichtte, dat gespecialiseerd is in samenwerken en allianties, netwerken en partnerships. (www.commoneye.nl). Beiden waren daarvoor partner bij Twijnstra Gudde.